Waarderingsmethoden

De koper van een onderneming heeft in feite geen boodschap aan de historische resultaten, want deze geven geen enkele garantie voor de toekomst. Het grote voordeel van de op cash-flow gebaseerde methode ten opzichte van de andere methodes is dan ook dat de toekomstvooruitzichten allesbepalend zijn. Hieronder meer over de cashflow based methodes, de market multiples en comparables, de asset-based mehodes of de profit-based methodes.

We onderscheiden de volgende groepen van methodes: 

Discounted Cash Flow methode

Binnen de DCF of Discounted Cash Flow methode spelen toekomstige geldstromen de hoofdrol. Binnen deze methode wordt dus rekening gehouden met investeringen in bedrijfsmiddelen en werkkapitaal. Daardoor geeft een waardebepaling volgens deze methode ook voor de toekomst een zinvolle uitkomst. Binnen de DCF methode onderscheiden we enkele methodes om de zogenaamde ‘vermogenskostenvoet’ te bepalen:

Adjusted Present Value of APV-methode

Daarbij worden de toekomstige vrije geldstromen, inclusief het belastingvoordeel wegens aftrek van rentekosten van vreemd vermogen, contant gemaakt tegen de kostenvoet van het eigen vermogen.  Het uitgangspunt daarbij is dat de onderneming geheel met eigen vermogen is gefinancierd.

WACC-methode

Daarbij worden de toekomstige geldstromen, exclusief het belastingvoordeel wegens renteaftrek, contant gemaakt tegen de gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet. Het belastingvoordeel wegens renteaftrek komt tot uiting in de gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet.

Cash flow to equity-methode

Daarbij worden de toekomstige geldstromen, die daadwerkelijk kunnen worden uitgekeerd aan de aandeelhouders, contant gemaakt tegen de kostenvoet van het eigen vermogen.

Elke geldstroom heeft een bijbehorende kostenvoet. Als deze op de juiste wijze wordt toegepast, zullen de uitkomsten van de waardering op basis van de drie verschillende methodes niet of nauwelijks afwijken. Klik hier om te zien waarom de cash-flow binnen een waardering door een Register Valuator altijd de hoofdrol speelt. Klik hier voor meer informatie over de vermogenskostenvoet of disconteringsvoet.

Market multiples en comparables

Market-multiples

Bij waardering op basis van market-multiples wordt de waarde van het bedrijf gebaseerd op de beurskoers (of de koers/winstverhouding) van vergelijkbare (beursgenoteerde) bedrijven. Een nadeel van deze methode is dat het heersende sentiment op aandelenmarkten grote invloed kan hebben op de koers (prijs) van een aandeel, terwijl deze prijs niets hoeft te zeggen over de echte waarde van de onderneming. Daarnaast heeft de onderneming waarmee wordt vergeleken waarschijnlijk een ander risicoprofiel. Alleen als het risicoprofiel van beide ondernemingen gelijk is, kan een goede vergelijking worden gemaakt.

Comparables

Bij waardering op basis van comparables wordt de waarde van het bedrijf gebaseerd op recente transacties van andere, niet-beursgenoteerde, ondernemingen. Hierbij is het belangrijk de specifieke achtergrond (financiële koper, strategische koper, minder-/meerderheidsbelang, bijkomende condities, etc.) van de transactie te kennen. Alleen met deze informatie kan worden beoordeeld of de tot stand gekomen prijs een goede indicatie is van de waarde van de te waarderen onderneming. Deze specifieke achtergrondinformatie is niet altijd bekend. Daardoor geeft waardering op basis van recente transacties slechts zelden een betrouwbaar beeld van de echte waarde van een bedrijf. De Register Valuator zal zijn of haar oordeel dan ook nooit (alleen) baseren op  deze methode.

Waardering op basis van activa; asset-based methode

Binnen asset-based methodes wordt de waarde van de onderneming feitelijk bepaald door de balans van de onderneming. We onderscheiden waardering op basis van:

De intrinsieke waarde

De intrinsieke waarde is de optelsom van de zichtbare economische bezittingen van een onderneming op een bepaald moment (inclusief eventuele overwaarde). Deze methode is eenvoudig, vooral als er geen sprake is van goodwill. Het grootste nadeel van deze methode is dat de waarde wordt bepaald op basis van een momentopname. Deze waarderingsmethode wordt nog wel eens gebruikt als het rendement van de onderneming laag is, maar als er wel veel waardevolle (vaste) activa zijn zoals gebouwen en grond (bijvoorbeeld een landbouwbedrijf).

De liquidatiewaarde

De liquidatiewaardemethode geeft aan wat de onderneming bij beëindiging zou opbrengen door verkoop van de activa en de passiva. Deze methode wordt vaak toegepast als de onderneming failliet wordt verklaard, als de ondernemer stopt met de onderneming of als het bedrijf wordt opgesplitst in diverse delen. Als de onderneming personeel in dienst had, wordt de liquidatiewaarde van de onderneming verminderd met de afvloeiingsregeling voor het personeel. De liquidatiewaarde van de onderneming wordt ook verminderd met de eventuele liquidatiekosten. Dit kunnen personeelskosten zijn, eventuele verplichtingen die moeten worden afgekocht, maar ook belastingen of milieuheffingen.

Waardering op basis van de winst

Bij waardering op basis van profit-based methodes speelt de (verwachte) winst een belangrijke rol. We onderscheiden waardering op basis van:

Rentabiliteitswaarde

Hierbij is de uitkomst gebaseerd op de verwachte toekomstige (netto)winsten van een onderneming. Binnen de eenvoudige variant van deze methode worden toekomstige winsten gebaseerd op het verleden. Daar gaat het vaak mis. Een startend bedrijf dat in de eerste drie jaar alleen maar verliezen heeft behaald, zou bij een waardering op basis van de rentabiliteitswaarde namelijk niets waard zijn. Als het toekomstperspectief voor dit bedrijf positief is, klopt de feitelijke waarde niet met de uitkomst op basis van deze methode. Winsten zijn zelden stabiel en daarom is het vrijwel onmogelijk een uitspraak voor de toekomst te doen op basis van het verleden.

De verbeterde rentabiliteitswaarde

Ook binnen deze methode wordt de waarde gebaseerd op toekomstige winsten, die zijn afgeleid van historische resultaten. Maar daarbij wordt rekening gehouden met:

  • de vermogensstructuur binnen de onderneming
  • incidentele baten en lasten
  • normale afschrijvingen en
  • toevoegingen en onttrekkingen uit reserves en voorzieningen.

De winst gecorrigeerd voor bovenstaande zaken wordt contant gemaakt tegen de rentabiliteitseis; het rendement dat gevraagd wordt bij een onderneming met een bepaald risicoprofiel. Verder wordt rekening gehouden met het tekort/overschot aan eigen vermogen. Deze correctie wordt niet gemaakt binnen de waardering op basis van de ‘gewone’ rentabiliteitswaarde. Hoewel deze methode meer op de toekomst gericht is dan de andere methodes, houdt deze geen rekening met noodzakelijke investeringen in materiële vaste activa en de daaruit voortvloeiende extra winsten.